De kleur van uw ogen

Kleuren ogen

Oogkleur is een opvallend uiterlijk kenmerk waar veel mensen eigenlijk maar weinig van afweten. Hoe komt u eigenlijk aan uw kleur ogen? Waarom hebben Europeanen zo vaak blauwe ogen? En erven kinderen de oogkleur van hun ouders? Allemaal vragen die mensen zich af en toe wel eens stellen. Hier leest u het antwoord op veel van dit soort vragen.

Goed om te weten is dat, als we het hebben over oogkleur, we eigenlijk de iris bedoelen. Dit is het deel van de oog dat kleur heeft. De pupil is altijd donker en de rest van de oogbol is in principe wit.

 

Welke oogkleuren zijn er?

Hoeveel oogkleuren er precies zijn, hangt ervan af hoe je de grens tussen verschillende kleuren definieert. In principe is er sprake van een spectrum van oogkleuren. Dat betekent dat verschillende kleuren geleidelijk in elkaar over lopen. Simpel gezegd: het is niet altijd even makkelijk om te bepalen waar precies de grens tussen blauw en grijs ligt, of tussen bruin en groen. Sommige ogen hebben van beide kleuren iets weg.

De belangrijkste oogkleuren die in het dagelijks taalgebruik benoemd worden zijn: blauw, bruin en groen. Dat wil dus niet zeggen dat dit de enige oogkleuren zijn. Wel is het zo dat andere oogkleuren in principe een variant of combinatie van deze kleuren zijn. Dat is niet alleen zo qua uiterlijk, maar ook genetisch. De kleur van uw ogen is namelijk genetisch bepaald.

Kleur ogen erfelijk?

Ja, oogkleur is erfelijk. Maar daarmee is natuurlijk lang niet alles gezegd. Wat voor kleur ogen krijgen kinderen van ouders met twee verschillende oogkleuren, bijvoorbeeld? De erfelijkheid van oogkleur is iets complex. Er zijn meer dan 100 genen bij betrokken. Daarbij is niet elk gen even belangrijk. In de praktijk is slechts een klein aantal genen voor het grootste deel verantwoordelijk voor de kleur van uw ogen.

Als we de erfelijk van oogkleur simpeler voorstellen dan die is, door te doen alsof één gen bepalend is, dan kun je stellen dat de oogkleur bruin is dominant over blauw. Groen zit daartussenin. Dit betekent dat als u van uw ene ouder een blauw gen erft en van de ander een bruin gen, uw ogen in principe bruin zijn. U heeft dan zelf wel een blauw gen én een bruin gen, maar het bruine gen bepaalt in grote mate welke kleur uw ogen hebben. Omdat mensen met bruine ogen heel goed een gen voor blauwe ogen kunnen hebben, is het niet zeldzaam dat ouders met bruine ogen een kind met blauwe ogen krijgen.

Kan de kleur van mijn ogen veranderen?

In principe verandert de oogkleur van volwassenen niet vanzelf. Wel worden de meeste baby’s geboren met blauwe ogen. Ook baby’s die later bruine ogen krijgen. Onder invloed van zaken als zonlicht en de eigen genen, kunnen er tijdens iemands leven wel kleine veranderingen in oogkleur plaatsvinden. Zo kunnen bruine ogen, net als huid, donkerder worden bij hoge blootstelling aan zonlicht. Mensen met genen voor twee verschillende oogkleuren, kunnen bovendien combinaties van beide kleuren in hun irissen terugzien. Bijvoorbeeld een bruine kring aan de binnenkant van een blauw oog. De mate waarin dit zich voordoet kan wel degelijk verschillen gedurende een mensenleven.